header

Clubreglement

Elk lid verbindt er zich door betaling van het lidgeld toe om onderstaande bepalingen van het clubreglement na te leven, dat bij de inschrijving wordt overhandigd.

  1. De hondenschool "Woef Company" is een VZW en lid van de K.K.U.S.H. onder inschrijvingsnummer 834. Daarom wordt het door de Kynologische Unie voorgeschreven programma gevolgd als basis voor de lessen. Iedereen volgt de les zoals die door de instructeur wordt gegeven en volgt alle bevelen op.
  2. De statuten van de VZW liggen ter inzage in het clublokaal.
  3. Het lidgeld wordt betaald voor één jaar. Betaald lidgeld wordt nooit terugbetaald.
  4. Elke geleider is verplicht een familiale verzekering af te sluiten. Bij inschrijving wordt deze verzekering samen met het "dierengeneeskundig inentingsboek" voorgelegd.
  5. Elke deelnemende hond moet ingeënt zijn tegen de Carréhondenziekte, hepatitis, leptospirosis, parvovirosis en kennelhoest. Deze inentingen moeten jaarlijks vernieuwd worden. Na de inenting is de geleider verplicht het inentingsboekje te tonen aan het bestuur. De hond wordt bij voorkeur om de vier maanden ontwormd.
  6. Het bestuur en de instructeurs kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor gebeurlijke ongevallen van welke aard dan ook.
  7. Elke geleider blijft zelf verantwoordelijk voor de schade die zijn/haar hond veroorzaakt.
  8. Geleiders moeten minstens 14 jaar oud zijn. De voornaamste vereiste is echter dat de geleider zijn hond meester is en blijft. Uitzonderingen kunnen daarom binnen de groep van instructeurs worden besproken maar hun beslissing is in elk geval definitief.
  9. Pups worden automatisch tot de A-klas toegelaten wanneer ze zes maanden oud zijn. De overgang van A naar B en van B naar C gebeurt op basis van een overgangsproef, die wordt beoordeeld door minstens twee instructeurs. De te kennen oefeningen worden vooraf of bij inschrijving aan de leden meegedeeld. Om naar de B-klas te kunnen overgaan, moet de hond minstens drie maanden de lessen van de A-klas hebben gevolgd. Om tot de D-klas te behoren, moet de hond van de geleider geslaagd zijn voor een officiële brevetproef van de K.K.U.S.H.
  10. Elke geleider probeert zijn hond voor te bereiden op een overgangsproef.
  11. Honden kunnen niet tot de trainingen van een hogere klas worden toegelaten, maar het omgekeerde is wel mogelijk en soms zelfs aanbevolen.
  12. Prikbanden, ook omgekeerd gedragen, zijn verboden. Uitzonderingen kunnen slechts worden toegestaan na overleg met de instructeurs.
  13. Loopse teven worden niet tot de lessen toegelaten. Loopsheid duurt vier weken.
  14. Slaan, stampen en elke vorm van brutaliteit worden niet getolereerd. Een brutale geleider kan verplicht worden het terrein te verlaten.
  15. Er mag niet gerookt worden op het terrein. Dronken geleiders en geleiders met kauwgom in de mond worden eveneens geweigerd. De geleiders schakelen hun gsm uit voor ze het terrein betreden, tenzij de instructeur hun de toestemming heeft gegeven om die te laten aanstaan.
  16. Een geleider die te laat komt voor de les, meldt zich eerst bij de lesgevende instructeur en vraagt toestemming om het terrein te betreden. De lesuren van de respectieve klassen hangen uit in de kantine. Ook vroegtijdig vertrek wordt gemeld. De geleiders betreden het terrein enkel samen met de lesgevende instructeur.
  17. Geleiders zorgen ervoor dat ze steeds alle benodigdheden (snoepjes, apport) bij zich hebben om de lessen naar behoren te kunnen volgen.
  18. Tijdens één en dezelfde les mag een hond niet van geleider veranderen en mogen geleiders niet met meer dan één hond oefenen.
  19. De geleiders gebruiken een voldoende lange leiband en houden zich hiervoor aan de afspraken met hun instructeur.
  20. Uitwerpselen van de hond worden door de geleider zelf onmiddellijk opgeruimd. Hiervoor kan de spade van de club worden gebruikt, die daarna op de juiste plaats wordt teruggezet. De hond moet voor de les op het daarvoor voorziene terrein worden uitgelaten. De boete voor uitwerpselen op het terrein bedraagt 0,50 €, te betalen aan de betreffende instructeur bij het verlaten van het terrein.
  21. De instructeur kan bepaalde personen de toegang tot het terrein weigeren als hij dit nodig acht en honden en/of geleiders laten verwijderen als die de lessen zouden storen.
  22. Niet-leden worden tijdens de trainingen niet tot het terrein toegelaten.
  23. In het clublokaal worden honden steeds aan de leiband gehouden. De geleider laat zijn hond er niet spelen en zorgt er voor dat derden niet worden gehinderd. In het clublokaal en op en rond de terreinen houdt iedere geleider zijn hond in alle omstandigheden steeds onder controle.
  24. Bij moeilijk op te lossen problemen kan de geleider zich wenden tot het bestuur.
  25. Het bereikte resultaat is evenredig met het geduld, de goede wil en het vertrouwen van de geleider. Ook tijdens de week moet er thuis op een consequente manier met de hond worden gewerkt.
  26. Beschouw uw hond als een goede vriend en niet als een uitlaatklep voor uw slechte humeur.
  27. Maak het de instructeurs niet onnodig lastig. Zij doen dit werk volkomen belangeloos en louter uit liefde voor de hond. Een welopgevoede hond is voor iedereen een aangename kameraad.